Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een kleine, lederen schrijfcassette en nam er een stukje lichtblauw papier met een rood zegel uit.

„Daar," zeide hij, nadat hij er iets opgeschreven had, „zet hier je naam onder, dan is de zaak voorloopig uit de wereld."

De gouverneur onderteekende en de twee mannen zagen elkaar gedurende eenige oogenblikken zwijgend aan.

„Luister eens, Mender," begon de andere, „ik wil openhartig met je spreken, want het is beter, dat wij elkander goed begrijpen. Je durft wel eenige ponden te verwedden bij de wedrennen, maar ik twijfel er somtijds aan, of je moed genoeg zoudt hebben, te volharden, als er wat hoogers op het spel stond. Ik moet er zeker van kunnen zijn, dat ik op je rekenen kan. Ben je volkomen bereid je niet terug te trekken en mij bij te staan, als de tijd daar is?"

„Ik beloof het, ik ben vast besloten te helpen."

„Je moet geen dubbel spel spelen. Onthoud, dat ik al je brieven heb."

Mender kreeg een kleur. „Die opmerking was niet noodig geweest, mijnheer Prescot," antwoordde hij.

„Ik hoop het," antwoordde de ander kortaf. „Ik vond het echter niet kwaad je te herinneren, dat je niet verstandig zoudt handelen, als je bij een ander gingt aankloppen. Weet je wat ik bedoel?"

„Ik heb u begrepen," antwoordde Mender. „Goedenmiddag."

Toen de deur achter hem dichtgevallen was, kwam Alexander Prescot weer bij den haard; hij hield het gezegelde papiertje voor het vuur tot de inkt geheel droog was,en las het geschrevene over:

Negen maanden na dato beloof ik den heer Alexander

Prescot, of order, drie en vijftig £ uit te betalen.

David Mender.

Sluiten