Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Met deze weinige woorden, dames en heeren, wil ik mijn toast besluiten."

„Het Juweel" was zoo ingenomen met zijn korte rede, dat hij ging zitten, geheel onbewust van het feit, dat hij het eigenlijke doel van zijn speech over het hoofd had gezien. Niet voordat Hubert hem daaraan had herinnerd, kwam hij tot besef van zijn verzuim.

„O, dat spijt mij!" riep hij uit, weer opstaande en zijn deftige manier van spreken latende varen. „Wat ik u wilde voorstellen is op de gezondheid te drinken van mejuffrouw Constance Willis, wier allerleukst verhaal thans op alle boekenstalletjes te vinden is."

Daarop wilde iedereen als om strijd een toast slaan en het onweer was niet van de lucht. Con dronk op „onze gasten" en sprak deftig van mijnheer Hubert Prescot. Deze antwoordde in een toast op het „Succès van de Koningsschool" en vereenigde daarmede den naam van dien waardigen vertegenwoordiger en dat sieraad der oude stichting, mijnheer Athelstan Bassett, die, tusschen twee haakjes gezegd, nu het ijs eenmaal was gebroken, bereid was om zooveel toasten te slaan als men maar wilde.

„Nu is het jouw beurt, Edgar, om op iemand te drinken," zeide mevrouw Willis.

„Ik kan niets bedenken," antwoordde de jongen lachend; toen voegde hij er plotseling bij: „nu goed: op de afwezige vrienden — o.a. mijnheer Mender."

„Dat doe ik niet!" begon Con bits, maar zich herinnerende, dat Hubert er bij was, vermande zij zich en dronk met een dapper „daar gaat hij!" de laatste droppels uit haar kopje op.

„A propos," fluisterde Bob tegen „het Juweel," toen men

Sluiten