Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van tafel was opgestaan en voordat er met de spelletjes begonnen was, „ik weet waarom Edgar zoo op mijnheer Mender gesteld is en zooeven op zijn gezondheid heeft gedronken."

„Zoo, waarom dan ?"

„Hij laat Mender zijn huiswerk doen. Hij denkt, dat ik het niet weet, maar ik heb zijn kunstje ontdekt. Hij steekt zijn Virgilius in zijn zak en sluipt naar Foxbank en daar geeft Mender hem de vertaling. Maar laat niet merken, dat ik het je verteld heb, anders kom ik in de nesten."

„O, ik zal er niets van zeggen," antwoorde Bassett norsch, „maar ik vind het heel gemeen. Wij, internen, hebben nooit van iemand hulp, en ik zie niet in, waarom de externen die zouden hebben."

Het was misschien meer het onrechtvaardige van de praktijk dan wel de twijfelachtige eerlijkheid van Edgar, die de verontwaardiging van „het Juweel" had opgewekt — meer bijzonder, omdat hij zich dagen kon herinneren, waarop hij straf had opgeloopen en zijn werk moest overmaken, terwijl Edgar zich met lof van zijn taak gekweten en een uitstekende vertaling geleverd had.

„Het is schandelijk gemeen," herhaalde Bassett, „en ik zal het hem zeggen ook, als ik er kans toe zie."

De avond ging al te gauw om en werd besloten met allerlei wilde spelletjes in de speelkamer, waarin Con zich onderscheidde op een manier, die gewoonlijk niet overeenkomt met de waardigheid van een schrijfster. Toen het vroolijke troepje moest scheiden, nam mevrouw Willis Bassett ter zijde, onder voorwendsel hem aan zijn jas te helpen.

„Ik moet je wat vragen," zeide zij, „en je moet mij beloven naar waarheid te antwoorden."

Sluiten