Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar er was geen denken aan, dat de anderen bij tijds klaar zouden zijn.

„Dat is me ook wat moois," klonk de stem van mijnheer Keiler bij de achterste bank, „niemand van deze twee tafels heeft een voorstel goed, dan Willis, en hij heeft er drie. Als Willis de sommen kan uitwerken, bestaat er geen reden, waarom de anderen het ook niet zouden kunnen doen; maar weten jullie wat het is? Jullie zitten half te slapen en willen je niet inspannen."

Bassett keek zijn vriend aan; hij begreep niet hoe deze de drie sommen goed had kunnen maken. Edgar had in wiskunde nooit boven zijn makkers uitgeblonken. Deze vooruitgang scheen al heel merkwaardig.

„Opgelet, ik zal de eerste van de voorstellen op het bord voordoen, zeide mijnheer Keiler, „en dan bestaat er voor niemand een verontschuldiging. Ieder, die geen vijf sommen af heeft, als ik straks de punten kom opnemen, moet nablijven en ze na schooltijd uitwerken."

De onderwijzer nam het krijt en begon aan het eerste voorstel en al voortgaande, deed hij nu en dan een vraag, aan een der leerlingen, hoe hij nu verder moest doen. Het was vreemd, dat, bij Edgar gekomen, deze eerst aarzelde en toen een verkeerd antwoord gaf. Tien minuten later stak Richards zijn vinger op.

„Wat wou je?" vroeg zijn onderwijzer.

„Mijnheer, ik begrijp niet, hoe —"

„Dan moet je nog maar eens goed denken," antwoordde mijnheer Keiler kortaf; „als je niet goed opgelet hebt, is het je eigen schuld. Je moogt mij geen vragen meer doen."

Zuchtend en steunend sukkelde de achterhoede voort; de

Sluiten