Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met den uitroep: „kan je niet zien waar je loopt, stommerik!" raapte de knaap toornig alles, wat hem toebehoorde, op, zonder te bemerken, dat een velletje beschreven papier uit de bladzijden van zijn agenda gevallen was.

„Hei, Willis! Je hebt wat laten vallen," riep „het Juweel", terwijl hij het papier opraapte, maar zijn vriend was reeds doorgeloopen en in het gedrang verdwenen.

Een vluchtigen blik op het blad werpende, zag Bassett plotseling, dat het aan beide zijden beschreven was met wiskunstige figuren, en, toen hij het nauwkeuriger beschouwde, bespeurde hij, dat het de sommen waren, die den meesten jongens in de eerste afdeeling van de vierde klasse, vanmorgen zooveel hoofdbrekens gekost hadden. Bovendien waren de cijfers met een nette hand geschreven, die veel verschilde met die van Edgars krabbelschrift.

Bassett stond even te denken wat het kon beteekenen, toen hem plotseling te binnenschoot, wat Bob hem voordevacantie had verteld. Nu begreep hij alles en zijn ingehouden drift veranderde in gloeiende verontwaardiging. Hij en nog een twaalftal jongens zouden na schooltijd sommen moeten maken, terwijl een ondeugende rekel, die alles had nageschreven, schotvrij heenging, met hooge cijfers op den koop toe. Niet tevreden, dat zijn Latijnsche vertaling voortdurend voor hem gemaakt werd, had Edgar het van mijnheer Mender gedaan weten te krijgen, dat deze de wiskunstige vraagstukken voor hem uitwerkte, die hij in de klasse niet zou kunnen maken.

„Het Juweel" werd niet gauw boos, maar als zijn toorn eenmaal was opgewekt, wisten zijn makkers, dat er met hem niet viel te gekscheren. Zoodra al de lokalen ontruimd waren, liep hij kokend van woede zijn makker achterna en

Sluiten