Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haalde hem in, juist toen hij de kleedkamer wilde ingaan.

„Hierzoo," zeide hij, het blad in zijn hand duwende, „zie je wat dit is? Geen wonder, dat je acht opgaven goed hebt, terwijl de andere jongens moeten nablijven, omdat zij er maar een of twee gemaakt hebben."

„Wat bedoel je?" stamelde Edgar, rood wordende, toen zijn oog op de cijfers van mijnheer Mender viel.

„O, dat weet je best. Je laat dien gouverneur van den jongen Prescott, al je werk maken — het is een schande! Ik denk er hard over het aan al de jongens in de klasse te vertellen. Ik laat mij hangen, als ik het niet doe, wanneer je het weer probeert!"

„Leugenaar!" barstte Edgar uit, die zich door brutaal optreden uit de moeilijkheid trachtte te redden.

„Ik laat mij geen leugenaar noemen dooreenvuilen gluiperd zooals jij," was het vlugge antwoord. „Als je iemand wilt uitschelden, moest je liever naar Mender gaan en het hem laten doen, evenals hij al je huiswerk maakt!"

Dit was te veel voor Edgar, die driftig en onvoorzichtig tegelijk was. Tweemaal sloeg hij naar Bassett, maar beide keeren werd de slag gepareerd en den derden keer steigerde hij achterover door een harden vuistslag in zijn gezicht. Nu was het gevecht in vollen gang en had zeker voortgeduurd, tot een der partijen zich overwonnen had verklaard, wanneer Dickson niet plotseling op het tooneel was verschenen en er een eind aan gemaakt had.

„Waarom gaan jullie, vechtersbazen, elkaar zoo te lijf?" vroeg de strenge monitor (kweekeling), de twee jongens ieder aan hun kraag pakkende en ze eens flink schuddende.

„Vraag het hem maar; hij weet het," zeide Bassett, naar adem hijgend.

Sluiten