Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Waarom vecht je, Willis?"

„Om niets," was het gemelijke antwoord.

„Zoo — scheid er dan maar mee uit," gebood de kweekeling, „en, als jullie weer beginnen, zal ik je een goede rammeling toedienen met den platten kant van mijn raket."

Het troepje, dat zich langzamerhand om de twee vechtenden verzameld had, ging hierop uiteen, tamelijk teleurgesteld, dat de vrede zoo onverwacht was hersteld. Met een hoogroode kleur, nam Edgar zijn pak boeken onder den arm en liep zoo hard hij kon weg, naar huis. Hij was er nog niet zeker van, of Bassett niet rechtsomkeert zou maken en den anderen jongens, die nog aan de sommen bezig waren, zou gaan vertellen, wat hij, (Edgar) gedaan had. Als dit zoo was, zouden zij wel besloten zijn zich op hem te wreken, en dan zou hij het zwaar te verantwoorden hebben; hoe eerder hij dus veilig en wel in de tram naar huis zat, hoe beter.

„Het Juweel" was echter niet van plan, zijn ontdekking bekend te maken, ofschoon zijn verontwaardiging en boosheid nog even sterk waren als vóór de voorafgegane kloppartij.

„Ik heb grooten lust hem morgen op te wachten en hem eens ferm af te rossen," mompelde Bassett, „maar kan ik dat wel doen, nu ik zoo dikwijls bij hem aan huis ben geweest? In ieder geval moet hij niet denken, dat ik weer als vriend met hem zal omgaan, want tegen dien schooier spreek ik niet meer, zoolang ik leef."

Sluiten