Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„In de vacantie gekocht."

„Niet veel bijzonders, is het wel?"

„Nu," antwoordde Crowe lachend, „ik weet niet, wat het tegen een inbreker zou uitwerken, maar het is goed genoeg om op vogels en ratten te schieten."

Parker zweeg eenige oogenblikken.

„Van inbrekers gesproken," zeide hij daarop, „ik zou wel eens willen weten, wie het slot van mijn kast geforceerd hebben. Tot nu toe heb ik niemand kunnen betrappen, ofschoon ik al dikwijls op de loer heb gelegen. Het slot is gebroken en, als er schooiers zijn, die behoefte hebben aan een penhouder, punaises of iets van dien aard, bedienen zij zich zeer kalmpjes van mijn eigendom. Ik heb na de vacantie een heele doos punaises meegebracht en zij zijn bijna allemaal weg."

„Wat je zoudt moeten hebben, is een voetangel," zeide Crowe, „zooals de boschwachters hier en daar neerleggen om stroopers te vangen."

„Parker!" werd er uit het paviljoen op eenigen afstand geroepen.

De jongen kwam overeind en liep heen om „den wicket", het hekje, te verdedigen en het toeval wilde, dat hij een oogenblik later achter „den batsman", den slagman, kwam te staan. Toen keerde hij weer naar zijn rustplaats onder den boom terug.

„Hoor eens," riep Crowe, zoodra zijn vriend hem kon verstaan; „terwijl je weg was, heb ik iets bedacht — een aardige poets, die wij den deugnieten zullen bakken, die zooals je zegt, dingen uit je kast kapen."

„Zoo, wat dan?" zeide de ander, terwijl hij zich weer op het gras uitstrekte.

„Wel wij zullen een zoogenaamden „voetangel" leggen.

Sluiten