Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen de jongens van het cricketen terugkwamen, onderzochten Crowe en Parker hun „voetangel", maar zagen, dat de deur nog niet door een dief was aangeraakt, die zich het een of ander wilde toeëigenen. Na theetijd liepen de samenzweerders in donkere hoeken van de gang rond, hopende dat een van de dieven een bezoek aan de kast zou brengen en dat zij dan getuigen zouden zijn van zijn schrik, als de „voetangel" afging.

Het wachten begon Parker echter te vervelen; hij nam zijn boeken voor zijn huiswerk uit de kast van zijn vriend en ging naar zijn lessenaar in het groote lokaal, daar hij de tien vrije minuten, die hij nog had, wilde gebruiken om een brief naar huis te beginnen. Zoo bezig zijnde bemerkte hij niet, dat er iemand binnengekomen was, voordat deze achter hem stond en zeide:

„Ik heb die twee tijdschriften gelezen, Parker; wel bedankt voor het leenen."

„Goed. Wil je ze maarinmijn kast bergen?" was het ondoordachte antwoord van zijn makker, die zonder op te kijken voortschreef.

Pas had hij dit gezegd, of de bel om aan het huiswerk te beginnen, werd geluid, een troep jongens stormden het groote lokaal binnen en gingen lachend en pratend naar hun plaats. Plotseling werd een doffe knal gehoord, die allen een oogenblik onbeweeglijk deed stilstaan. Een doodelijke stilte volgde op de ontploffing, maar spoedig hierop werd er een hevig rumoer op de breede gangen gehoord.

„Hemel,wat is dat?" werd hier en daar geroepen, toen verscheiden leerlingen, die reeds in de groote school waren, weer haastig terugliepen, om te zien wat er gebeurd was.

Sluiten