Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de openslaande deuren werden zij echter gestuit door een zwerm jongens, die hard kwamen aanloopen met den uitroep:

„Cave*)! Daar komt Strong!"

Mijnheer Strong had dien dag surveillance.

De onheilspellende knal had Parker zoo verschrikt, dat hij zijn pen liet vallen en opvloog. In één oogenblik begreep hij wat er was voorgevallen. White, de jongen, die zijn tijdschriften had gelezen, had de kastdeur geopend en zoo doende den haan van den „voetangel" overgehaald. Voor hij zijn gedachten kon verzamelen, kwam White zelf het lokaal binnen: hij ging zonder iets te zeggen naar zijn plaats, maar wierp een boozen blik op den uitvinder van de goed gelukte grap, waarvoor hij als slachtoffer uitgekozen scheen te zijn. Een oogenblik later kwam Crowe binnenvliegen; hij zag vuurrood en vlak achter hem liep mijnheer Strong.

„Stilte!" riep de onderwijzer. „Wie heeft daar even in de gang een pistool afgeschoten ?"

Er klonk een gemompel, maar er kwam geen bepaald antwoord. White keerde zich om en keek Parker aan, als verwachtte hij dat deze schuld zou bekennen; Parker wierp een blik op Crowe en hoopte, dat zijn vriend een verontschuldiging zou aanvoeren, maar Crowe zag iets zeer belangrijks in de bouworde van het dak en staarde naar een van de dwarsbalken.

Voor mijnheer Strong zijn vraag kon herhalen, ontstond er plotseling een diepe stilte onder de jongens, en Parker kreeg de onaangename gewaarwording, alsof er een straal ijskoud

*) Opgepast.

Sluiten