Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iets kunnen weigeren, na al de lessen, die zij hem in het cricketen had gegeven. Zij was in „De vijf Eiken" ongeveer een half uur bezig geweest; en, toen zij op Foxbank, beladen met pakjes, aankwam en aan de deur naar jongeheer Hubert vroeg, vernam zij tot haar spijt dat hij niet thuis was.

„Ik denk dat u hem bij uw mama zult vinden, jongejuffrouw," zeide de meid, en keerde zich toen met een hoorbaar gegrinnik om.

Con liep de oprijlaan af; zij had een kleur van boosheid. Zij was bepaald het slachtoffer van de samenspanning, of wat het dan wezen mocht, daar zelfs de dienstboden op Foxbank er van wisten en zich over haar onwetendheid vermaakten.

Toen zij een paar minuten later thuiskwam en de kamer binnentrad, waar Hubert, Edgar, Bob en haar moeder voor het raam stonden, riep zij dadelijk uit: „ik vind jullie allemaal afschuwelijk! Ik ben zeker naar het dorp gestuurd om uit den weg te zijn," voegde zij er bij, haar pakjes op tafel gooiende. „Jullie willen mij een poets bakken, en als dat waar is, vind ik het in-gemeen en zal het jullie wel eens betaald zetten!"

Deze uitbarsting werd begroet met een uitbundig gelach van de jongens, waarop Con op het punt scheen van in tranen uit te barsten, zoo verontwaardigd was zij. Haar moeder zag het aankomen; ging naar haar toe en gaf haar een zoen.

„Maak je maar niet ongerust, lieve meid," zeide zij, „je zult ons onze vroolijkheid over het geheim niet misgunnen, als je ziet wat het is."

„Wat is het geheim dan?" vroeg Con.

„Het is boven," antwoordde Edgar giegelend.

„Ga maar mee!" riep Hubert met een stap naar de deur.

De drie jongens vlogen de trap op en mevrouw kwam met

Sluiten