Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen hij zijn pen met een geeuw neerlegde en zijn vloeipapier over zijn laatsten zin streek. Het was warm weder; beide ramen stonden hoog open en het groote begrinde speelterrein lag stil en verlaten in den helderen zonneschijn, daar het grootste gedeelte van de kostleerlingen reeds naar het naburige tennisveld vertrokken was om zich tot theetijd nog wat te oefenen.

„Laten ze allemaal naar de maan loopen!" zeide Edgar binnensmonds, terwijl hij de kamer doorliep en zijn schrift op den lessenaar van den onderwijzer wierp; „nu kom ik weer te Iaat om nog in het park te spelen. Moeder vraagt bepaald, waarom ik niet met Bob meegekomen ben en weer school heb moeten blijven."

Langzaam ging hij weer naar zijn plaats, zocht zijn boeken bij elkaar en haalde het riempje uit zijn zak, dat hij er altijd omheen bond. Iets, dat in het riempje verward was geraakt, kwam er ook uit en viel met een slag op den grond. Het was het pistooltje, dat hij van Easton had gekocht.

Edgar had de twee shillings nog niet aan mijnheer Mender terugbetaald, en het evenmin raadzaam geoordeeld iemand iets van zijn koop te vertellen, zelfs niet aan Bob.

Geheel alleen was hij het in een afgelegen gedeelte van het park gaan probeeren. Om de waarheid te zeggen, was hij, toen het eerste nieuwtje er af was, om een echt vuurwapen te bezitten, wel wat teleurgesteld in zijn aankoop. Hij had tevergeefs beproefd op den omslag van een schrift te mikken, op een afstand van een twaalftal voetstappen. Alleen, wanneer hij de tromp op een paar voet van het wit hield, kon hij het doorboren en zoodoende ontdekken, waar de kogels bleven. Indachtig aan het standje, dat op Crowe's en Parker's euveldaad was gevolgd,

Sluiten