Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hallo I" riep de binnenkomende uit, „heb jij een pistool afgeschoten, idioot, die je bent!"

„Neen," antwoordde hij kortaf.

„Wie heeft het dan gedaan?"

„Ik niet. Ik hoorde een schot en kwam kijken wie het deed."

Richards haalde zijn schouders op. Hij was er zeker van, dat zijn schoolmakker het schot had gelost, daar de rook nog tegen het plafond opsteeg.

„Je hadt het liever moeten laten," zeide hij droogjes. „Je weet wat een drukte Vesper tegen Parker en Crowe gemaakt heeft. Je zult de heele school in rep en roer brengen, als je niet oppast."

„Ik zeg je nog eens, dat ik geen pistool heb. Als je mij niet gelooft, haal dan mijn zakken maar uit," antwoordde Basset. Maar zijn makker was al op weg naar het tennisveld, want hij wilde den tijd, dien hij aan muziekles had gegeven, zien in te halen.

Als het een andere jongen dan Edgar Willis geweest was, zou „het Juweel" waarschijnlijk Richards verteld hebben, wat hij gezien had, maar nu vond hij het beter te zwijgen. Hij had niet meer met Edgar gesproken, sinds hij met hem gevochten had, en, ais hij nu wat zeide, waardoor deze in moeilijkheden kon komen, zou Willis al licht gelooven, dat hij dit uit wraak had gedaan en hem van een nog lagere handeling beschuldigen, dan die, welke de oorzaak van hun twist was geweest.

Volgens het wetboek van eer, dat schooljongens er op nahouden, moest de tegenpartij — in dit geval een schooljongen — aan zijn lot worden overgelaten, als de twist niet met vechten kon worden uitgemaakt. Bovenal moest de schijn vermeden worden, dat men hem in zijn doen en laten

Sluiten