Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T

naging en het verklikte, als hij zich aan het een of ander schuldig had gemaakt.

De groote bel, om aan het huiswerk te beginnen, luidde voor de tweede maal, waarop een troepje jongens, die gewoonlijk tot het laatste oogenblik wachtten om naar hun plaatsen te gaan,

naar de kasten liepen om hun boeken enz. te krijgen. Zij haastten

zich naar het lokaal, want zij moesten binnen zijn, voor de surveilleerende onderwijzer de deur dichtdeed en de bel luidde. Naar gewoonte lag alles in Bassett's kast door elkander en, toen hij van onder een stapel boeken en schriften, een atlas trok, vielen er een paar tinnen doosjes, stukjes hout, pennen en meer kleinigheden, kletterend op den grond. Met een ongeduldigen uitroep, raapte hij alles op, en gooide een en ander weer in de kast.

Onder den rommel bevond zich een vierkante kaart, waarop, door middel van een passer, verscheiden cirkels getrokken waren met een zwarte stip in het midden. Met één oogopslag was het te zien, dat het een schietschijf moest verbeelden. Bij het sluiten van zijn kast, keerde Richards zich toevallig om en zag, dat Bassett de kaart tusschen zijn boeken borg en opeens herinnerde hij zich het voorval in de vierde klasse, ongeveer een uur geleden. „Die leugenaar!" dacht hij, „hij heeft wel degelijk het pistool afgeschoten, al blijft hij er bij het niet gedaan te hebben."

Met een uitdrukking van misnoegen en afkeer op zijn gezicht, haastte hij zich naar zijn lokaal. Zijn eergevoel was niet sterker dan dat van iederen anderen jongen, maar bij deze ontdekking was hij boos en verwonderd tegelijk. Hij had altijd vriendschappelijk met Bassett omgegaan, en het trof hem pijnlijk, dat deze hem in zijn gezicht een leugen vertelde. Hij kon niet

k

Sluiten