Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

standje, dat er veertien dagen geleden geweest is, toen een jongen een pistool had meegebracht."

„Het getuigt al van groote brutaliteit om mijn schoolbord tot mikpunt te nemen," zeide mijnheer Keiler met een bitteren glimlach.

Dickson zette hierop het bord zooals het, naar hij dacht, gestaan had, en stak het uiteinde van een dunnen penhouder door de opening.

„Als iemand in dezen stand van het bord, er op geschoten heeft," zeide hij, moet de kogel hier ergens op den muur zijn terechtgekomen."

„Je hebt gelijk," antwoordde mijnheer Keiler, „en hier is het teeken op den muur, waar hij geraakt heeft. Laten wij nu eens zien, of wij den kogel kunnen vinden."

De vier jongens knielden neer en zochten op den grond. Na vijf minuten was het projectiel gevonden: zij legden het op den lessenaar van mijnheer Keiler, die het opnam en bekeek.

„Die dingen ken ik wel," zeide Dickson, „zij worden gebruikt voor kamerpistooltjes; dit is er een voor nummer I."

„Het is een ernstig geval," begon mijnheer Keiler. „Wat kan een jongen in 's hemels naam bewogen hebben hier op dit bord een pistool af te komen schieten? Waarom nam hij geen ander doelwit, als hij volstrekt schieten wilde. Hij moest toch begrepen hebben, dat het ontdekt zou worden. Het schijnt wel, of het opzettelijk gedaan is, om het verbod van het Hoofd der school te trotseeren."

„Zou het soms gedaan kunnen zijn, vóór mijnheer Vesper in de school gesproken heeft?" opperde Dickson.

„De hemel beware mij, wel neen!" riep mijnheer Keiler ongeduldig uit. „Dat is al veertien daag geleden en ik heb al

Sluiten