Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

211

bovenop zijn bed te zijn neergevallen, zonder zich van zijn bovenkleeren ontdaan te hebben, alsof hij over het moeilijke geval, waarin hij zich bevond, had willen liggen nadenken. Zijn jongere broeder had het zeker raadzaam geoordeeld, „geen slapende honden wakker te maken."

Met moederlijke bezorgdheid boog mevrouw Willis zich over hem heen om hem nauwkeurig gade te slaan, en, terwijl zij dit deed, ontwaakte hij en sloeg zijn oogen op.

„Moeder!"

„Ja, ik ben het, mijn jongen. Stil, anders wordt Bob wakker. Kom, vertel mij eens wat er aan scheelt, Edgar."

Sluiten