Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denk, kan je er op rekenen, dat de jongens het zoo gauw niet zullen vergeten, als de heele school door jouw schuld gestraft wordt."

De woorden maakten dieperen indruk dan de spreker zelf dacht. Bassett had Haddington altijd bewonderd en herinnerde zich nog met zekeren trots den lof, dien deze hem had toegezwaaid, toen hij zich in een tweede cricket-partij tegen een elftal, had onderscheiden. Hij had nog gehoopt, dat, indien het onderhoud met mijnheer Vesper tot 's middags kon worden uitgesteld, Edgar Willis den moed zou hebben zijn schuld te bekennen. Maar nu kwamen dezelfde oude vragen weer bij hem op. Waarom zou hij zijn mond houden en zich den haat en de verachting van zijn makkers op den hals halen, alleen om een gluiper, met wien hij toevallig gekibbeld had, te sparen? Edgar zou natuurlijk aan een wraakoefening denken, maar het was hem tamelijk onverschillig wat zoo'n valschaard van hem dacht. Aan den anderen kant, wat zouden mevrouw Willis en Con wel van hem denken, als zij, hetgeen ongetwijfeld het geval zou zijn, hoorden, dat hij de eenige van de leerlingen was, die naar den directeur was gegaan om zijn vroegeren vriend te verklikken? Een volwassen persoon had zijn bezwaren misschien onlogisch en ongerijmd gevonden, maar „het Juweel" was te zenuwachtig en te verbitterd om kalm te kunnen nadenken en de zaak uit een oordeelkundig oogpunt te beschouwen.

Bovendien klemde hij zich met een vasthoudendheid, die aan de koppigheid van een muilezel grensde, vast aan het schooljongens-begrip van eer, dat klikken van een makker aan een onderwijzer een afschuwelijke daad was, waarvoor geen verontschuldiging was te vind;n.

Sluiten