Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Je weigert te spreken. Welnu, daaruit kan ik alleen opmaken, dat jij en de andere jongen, die waarschijnlijk door het raam is ontsnapt, beiden evenzeer in de zaak betrokken zijn. Hij kan het schot hebben gelost, maar het pistool, dat hij hanteerde, kan van jou zijn geweest. Ik hoor dat er een soort van schietschijf in je lessenaar gevonden is."

„Ik heb toch nooit een pistool gehad, mijnheer."

„Je verzwijgt iets; dat zie ik aan je gezicht," hield de directeur vol. „Je weet, wie het schot heeft gelost en ik dring er op aan, dat je zijn naam zegt. Als je weigert dat te doen, kan ik niet anders gelooven, dan dat je bang bent voor de onthullingen, die daarvan het gevolg zouden zijn."

Daar werd aan de deur geklopt. Bassett keek om, blijde, al was het ook maar een oogenblikje verademing te hebben om zijn gedachten te verzamelen; toen schreeuwde hij het bijna uit van vreugd, zoo groot was het plotselinge gevoel van verlichting. De jongen, die het studeervertrek binnenkwam, was Edgar Willis.

„Nu, wat kom jij doen?" vroeg de directeur scherp.

Bleek en schoorvoetend kwam Edgar een paar stappen nader, stond toen stil en wierp een angstigen blik op Haddington en Bassett, als wilde hij liever niet spreken in hun tegenwoordigheid.

„Kom, haast je wat," zeide mijnheer Vesper, „wat wou je?"

„Ik kom u dit brengen, mijnheer," mompelde Edgar, uit zijn jaszak het pistooltje te voorschijn halende. „Ik heb den kogel afgeschoten, die het schoolbord van mijnheer Keiler heeft doorboord. Het was een ongeluk en het spijt mij wel."

De directeur scheen een oogenblik te verbaasd om te spreken.

„Was Bassett toen bij je?" was zijn eerste vraag.

Sluiten