Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

antwoordde Bassett. „Hoor eens," voegde hij er bij, „het heeft mij veel verdriet gedaan, dat wij kwade vrienden zijn geworden, maar het was toch wel wat al te sterk, dat je door een ander je huiswerk liet maken."

„Dat is zoo. Ik zal het nooit weer doen."

„Mender heeft er de grootste schuld van," ging „hetjuweel" voort, die zijn makker zooveel mogelijk op zijn gemak wilde brengen. „Hij had het niet mogen doen. Ik wil je nu wel zeggen, dat ik, als ik er kans toe zag, ook wel mijn huiswerk door een ander zou willen laten maken, maar het is niet iets, dat men strikt eerlijk zou kunnen noemen, vooral niet bij een gouverneur. Ik houd niet van den vent, en, als ik jou was, zou ik niet zulke dikke vrienden met hem zijn."

Edgar knikte maar antwoordde niet. Hij had nu wel gewild, dat hij niet op zulk een vertrouwelijken voet met Mender was geraakt en dat de verschillende voorvallen, die hun vriendschap tot op deze hoogte hadden doen komen, nooit plaats gehad hadden.

„Ik ben blij dat je het goed vindt, dat wij weer goed op elkaar worden," zeide hij eindelijk. „Nu kan je je belofte houden en met ons in Augustus naar Flexland gaan. Maar voor dien tijd moetje ons nog eens komen opzoeken. Ik zal maken dat moeder je een uitnoodiging stuurt, maar, je hoeft niet te vertellen, dat wij ruzie hebben gehad, hoor. Niemand weet thuis, dat Mender mijn werk heeft gemaakt."

„O, ik zal niets vertellen," was het antwoord. „En hoor eens, jij hoeft niet te zeggen, dat ik wist, dat jij het pistooltje hadt afgeschoten."

„Neen, dat kan ik niet beloven," antwoordde Edgar, en hij lachte voor het eerst op dien dag.

Sluiten