Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder het eten, allen verwonderd deed opkijken met de vraag: „zeg, weten jullie al, dat er een wildeman hier in de bosschen rondloopt?"

„Een „wat"?" riep Con uit, haar glas, dat zij aan den mond wilde brengen, neerzettende, „een „wat", Edgar?"

„Een wildeman. Je moogt wel oppassen, dat hij je vanavond niet te pakken krijgt, als wij dat spelletje van „het Juweel" in de vallei gaan doen."

„Gekkepraat, meisje," kwam mevrouw Willis tusschenbeide, die zag dat Con schrikte. „Je moet geen dingen vertellen, die niet waar zijn."

„Maar ik jok niet," hield Edgar vol, „Tom Holmes heeft het mij zelf verteld. Hij zei, dat er in het begin van Juli, op Nutts Corner, kermis geweest is. Er waren kijkspelletjes en een draaimolen, en in een van die spellen was een wildeman te zien. Het kan wel een aap zijn geweest, maar hij moet in ieder geval uit zijn kooi losgebroken zijn en de vlucht genomen hebben in de bosschen. Tom heeft niet gehoord, of hij weer gepakt is, maar er is ijverig naar gezocht; ook is hij gezien in een kreek, aan den anderen kant van den heuvel, achter de kerk. Tom denkt daarom, dat hij zich hier in den omtrek schuilhoudt."

„„De Wildeman van Borneo is juist in de stad aangekomen,"" haalde „het Juweel" aan, terwijl hij gretig in een stuk koud vleesch hapte; hij trok zich van het verontrustend nieuws niets aan.

„Maar hoe ziet hij er uit?" vroeg Con. „Was het maar een aap, of was het werkelijk een man?"

„Dat weet ik niet," antwoordde Edgar, „je moet er Tom

Sluiten