Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Het Juweel" was klaarblijkelijk op weg, om de flank van de stelling te verkennen. Hij ging door en liep naar de haag, die aan deze zijde de grens van het spel vormde. Daar wachtte hij even en luisterde, maar, daar hij Con in de verte hoorde roepen, keerde hij weer om. Op een anderen tijd zou Edgar van de gelegenheid gebruik gemaakt hebben om aan de verspieders te ontkomen en verder te gaan, maar nu had het spel geen bekoring meer voor hem en hij bleef achter den boomstam gehurkt zitten, terwijl hij zich zelf afvroeg, wat, hetgeen hij had waargenomen, eigenlijk beteekenen moest. Hiervan was hij overtuigd: de man had er goede reden voor om niet in het bosch gezien te worden en verborg zich daarom in het struikgewas.

Ongeveer een minuut later bewees een geruisch in de verder gelegen boschjes, dat de man opgestaan was en voort wilde gaan. Tegelijkertijd werd de stilte verbroken door een geroep, dat steeds duidelijker klonk, en bewees dat Bassett de plek naderde.

„Hallo! Edgar, waar ben je? Het is tijd!"

Weer kraakten de takken en werd het geluid van wegsnellende voetstappen gehoord, ten bewijze, dat de vreemdeling zijn vroegere schuilplaats verliet en haastig wegliep, langs de helling, naar het hoogere gedeelte van het bosch.

Het duurde niet lang of Bassett kwam het pad afdraven en liep zijn vriend in de duisternis bijna omver.

„Waarom gaf je geen antwoord toen je mij hoorde roepen? Het is tijd. De anderen zijn al terug naar de hoeve. Zeg, wat is er?"

Edgar had zijn vinger opgestoken en haastig: ,.chut" ge-

Sluiten