Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

¥

fluisterd. Hij spitste zijn ooren, maar de stilte werd door geen nieuw geluid verbroken.

Eindelijk zeide hij zachtjes: „er is iemand in het bosch verscholen. Ik ben benieuwd wat hij in zijn schild voert."

Met een paar woorden vertelde hij nu wat er gebeurd was.

„Misschien was het Tom, of Jacob, de oude knecht," opperde „het Juweel".

„Wel neen. Welke reden zouden zij er voor hebben om weg te kruipen als zij ons hoorden?"

„Zei je niet, dat hij regelrecht de helling opging?"

„Ja, en ik ben er zoo goed als zeker van, naar het geluid van zijn voetstappen te oordeelen."

„Hm," mompelde Bassett, na zich even bedacht te hebben. „Daaruit valt op te maken, dat hij een vreemdeling is, die hier den weg niet weet. Als je in het hoogere gedeelte van het bosch bent, kan je er onmogelijk uit komen; ik heb het overal geprobeerd. Het bosch is daar omringd door een hooge haag van dorre bremstruiken, wel zes voet hoog en Joost weet hoe dik."

„Drommels!" riep Edgar plotseling uit, „nu zou het toch wel kunnen, dat er iets waar was van hetgeen Tom vertelde, n.l. dat er een Wildeman uit het kijkspel ontsnapt was en hier in de bosschen rondzwierf."

„Wildeman of niet, wij zullen er wel achter komen, wie het is. Uit het hoogere gedeelte van het bosch, kan hij niet weg, en hij zal misschien denken, dat wij nog altijd aan het spelen zijn en nu aan het lagere gedeelte bij het strand. Het zou mij niet verwonderen, of hij komt aan dezen kant weer voor den dag en neemt de wijk over het weiland. Qa mee, wij zullen op hem loeren en ons best doen hem in het oog te krijgen, als hij al niet weg is."

Sluiten