Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gouverneur tegen. „Och kom! Ik heb niet voor niemendal de wereld rondgereisd en de waarheid van een oud gezegde geleerd, dat een durfniet nergens in slaagt, terwijl een brutale kerel succes heeft."

De twee mannen liepen verder het pad op en hun stemmen stierven langzamerhand weg. Edgar wachtte tot hij niets meer kon verstaan; toen doorwaadde hij het beekje zonder op het voetpad van steenen te letten, en vloog op, zoo gauw als zijn voeten hem dragen konden. Zijn hoofd duizelde en hij verlangde er vurig naar, zijn vreemde ontdekking aan iemand te vertellen. Hij had niet het flauwste vermoeden, wat het kon beteekenen, maar was er zeker van, dat de gouverneur en Alexander Prescot iets kwaads in den zin hadden, hoewel hij niet kon opmaken of er nog een derde in betrokken was. Het feit, dat de vader van Hubert en zijn oom niet vriendschappelijk met elkaar omgingen, kon de pogingen van Mender verklaren, om zijn vertrouwelijkheid met den laatste geheim te houden; maar waarom deze man zelf in Flexland moest komen, om geheime ontmoetingen met den gouverneur in de bosschen te hebben, was een vraag, waarop hij onmogelijk een antwoord gissen kon. Wat was het voor een zaak, waarvoor hij moed en overleg noodig had? Wat kon het voor een gevaar zijn, waarvan het denkbeeld alleen den gouverneur zoo bezwaarde?

Bij het hek van de pachthoeve gekomen, bleef Edgar even stilstaan om op adem te komen. In de voorkamer brandde licht en hij kon door het raam de familie aan tafel zien zitten, waar zij hun avondeten gebruikten. Zou hij alles vertellen? Zou hij Hubert zeggen, dat zijn oom niet in het buitenland, maar ergens in de buurt van Flexland Cove was?

De knaap aarzelde en wist niet wat hij zou doen. Hij kon

Sluiten