Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijnheer Mender niet verklikken, zonder met gelijke munt betaald te zullen worden. Zijn roekelooze daad om een knikker door het raam te schieten, waardoor het geheele huis in Foxbank een prooi der vlammen had kunnen worden, kon streng worden gestraft. Daarboven waren er nog andere dingen, die de gouverneur aan het licht kon brengen, en die hij liefst voor zijn moeder geheim wilde houden. Na zich een poos bedacht te hebben, besloot hij in ieder geval, voorloopig te zwijgen en ging toen naar binnen.

Toen Hubert later thuiskwam, zat zijn gouverneur een sigaar te rooken en te lezen. Laatstgenoemde maakte een paar opmerkingen en scheen niet veel zin tot praten te hebben, en, daar het bij tienen was, ging de jongen maar gauw naar bed.

Hoe lang hij geslapen had, zou hij niet hebben kunnen zeggen, toen hij wakker werd door het kraken van een losse plank en een oogenblik later met een gil opschrikte bijhetzien van een donkere gedaante, tusschen zijn bed en het raam.

„Wie is daar?"

«Schrik maar niet, Hubert," hoorde hij mijnheer Mender zeggen, „ik dacht, dat je riept."

„Neen, dat heb ik niet gedaan."

„Dan zal je hardop gedroomd hebben," antwoordde zijn gouverneur.

Hubert ging weer liggen, toen de gouverneur de kamer uitging, maar zijn hart klopte hevig. Misschien had de schok, waardoor hij onverwachts ontwaakte, hem zoo aangegrepen, dat hij doodelijk verschrikt en angstig was. Tegenwoordig wist hij genoeg van zijn gouverneur, om diens gladde tong niet te vertrouwen. Hij kon zich niet begrijpen, waarom hij midden in den nacht, geheel gekleed in zijn kamer was gekomen, en

Sluiten