Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de een of andere manier hun geheim zou verraden. Hij liep langzamer en, daar de weg een bocht maakte, kon hij gemakkelijk zorgen niet gezien te worden en hem niet in te halen.

Na een halven kilometer voortgegaan te zijn, sloeg mijnheer Mender plotseling een zijlaan in, en het duurde niet lang, of Edgar kwam ook op dat gedeelte; hij keek rond en was verwonderd niets meer te zien van den persoon, dien hij gevolgd had. Mender had geen tijd gehad om de kromming in de verte, nu reeds bereikt te hebben; de heggen aan weerszijden waren hoog en moeilijk over te klimmen — en toch was hij verdwenen!

Niet wetende, wat hij hiervan denken moest, verliet Edgar den weg en wandelde de laan in. Voor hij een paar stappen had gedaan, had hij reden spijt te hebben, dat hij aan zijn natuurlijke opwelling van nieuwsgierigheid gevolg had gegeven: de gouverneur kwam plotseling achter een hoek, bij een hek, te voorschijn en greep hem met een toornigen uitroep bij zijn arm.

„Zeg er eens, mijnheer de bemoeial, je gaat me toch niet na? Anders wou ik wel eens weten, waarom je zoo veel belang stelt in mijn doen en laten."

„Ik volgde u niet, ik was op weg naar den winkel in Nutts Corner," antwoordde de knaap, terwijl hij vuurrood werd.

„Deze laan leidt niet naar Nutts Corner," was het vlugge antwoord. „Ik ben opzettelijk hier langs gegaan, om te zien of je me zoudt naloopen. Dat verdraag ik niet langer! Spreek op, waarom sluip je langs de wegen om mij te bespieden? Je vindt je zelf zeker een heelen slimmerd, maar je zult gauw merken, dat ik ten minste even sluw ben als jij. Je deedt dus beter mij een duidelijk antwoord te geven."

Hij schudde zijn gevangene ruw bij den arm en er lag een

Sluiten