Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Welzoo," begon hij sarrend, „nu, ik moet zeggen, dat je de plank niet geheel hebt misgeslagen. En wat zou dat, als ik eens een flesch whiskey ging halen? Heb jij daar wat mee te maken, hè? Die jonge melkmuil van een Hubert heeft zeker geklikt. Heel goed, met hem zal ik een volgenden keer afrekenen. En nu nog een woordje, jongeheer Edgar Willis. Je bent misschien vergeten, dat je eenigen tijd geleden je schoolwerk bij mij gemaakt en geld van mij geleend hebt om een pistool te koopen, — mijn sigaretten hebt gerookt — en nog veel wat meer dingen hebt gedaan, die je moeder zeker niet zou goedkeuren. Mogelijk herinner je het je ook niet meer, datje een glazen knikker door het raam van de bibliotheek, te Foxbank, hebt afgeschoten, waardoor een lamp brak, die brand veroorzaakte. Het heele huis had kunnen afbranden, maar het vuur heeft alleen eenige belangrijke papieren vernield, die aan mijnheer Prescot toebehoorden, en die, naar ik gehoord heb, een waarde hadden van bijna honderd pond."

„Honderd pond!" riep Edgar verschrikt uit. „Dat hebt u mij nooit gezegd!"

„Dan zeg ik het je nu," antwoordde de gouverneur met een valschen lach, „en wat meer is, ik zeg je ook, dat ik, als je mij weer nasluipt, of van mij aan Hubert klikt — of je met mijn aangelegenheden bemoeit — ik mij verplicht zal rekenen mevrouw Willis en mijnheer Prescot het een en ander van je te vertellen. Ik laat je links liggen: onthoud dus wat ik gezegd heb. Nu kan je heengaan, en als je mij soms moogt zien, wanneer je voorbij „De Hond en de Fazant" gaat, zal je er wijs aan doen een anderen kant uit te kijken."

„Hij weet niets," mompelde Mender, terwijl hij den vertrekkenden jongen naoogde. „Nog al gek van mij om zoo'n

Sluiten