Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXIV.

EEN VREESELIJKE ONTDEKKING.

Con en haar broertjes hadden al heel wat feestjes in hun jonge leven op touw gezet, zelfs toen een groote aalbes een meloen kon voorstellen en de jongens van fijngemaakte bessen in een poppenwaschkom, rooden wijn maakten, dien zij in de lampetkan uitschonken. Nooit had een feestje echter zooveel hoofdbrekens gekost, als nu bij de toebereidselen voor Bobs verjaarssoupeetje. Bij onderling goedvinden hadden mevrouw Willis en de dienstbode de keuken voor een halven dag aan het jonge volkje afgestaan, en al vroeg op den Vrijdagmiddag, tot theetijd, heerschte daar een drukte van belang. De vijf koks liepen met koortsachtige haast heen en weer in de beperkte ruimte, bonsden tegen elkander aan, kibbelden, om wat meer plaats aan de tafel, of om een geschikter plekje voor hun eigen pot, pan of ketel op de aanrechtbank.

Daar Con tot de schoone sekse behoorde, beschouwde zij zich zelf als een persoontje van gewicht, waar de jongens tegen

Sluiten