Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen; het is beter hierin geen verandering te brengen, voor ik het jongmensch zelf gesproken heb, ook vooral, als hij zich niet meer aan whiskey te buiten gaat. Eerst wanneer ik voor hem sta als de plaatsvervanger van zijn patroon, zal ik hem uit naam van den heer Prescot van de voogdijschap over zijn zoon ontslaan. Ik kan u nog zeggen, dat mijnheer Prescot eens ongenoegen met zijn broeder heeft gehad en nu een herhaling vreest. Het is een geldquaestie en de jongen is daar natuurlijk niet in betrokken; maar wij kunnen wel begrijpen, waarom mijnheer Alexander heimelijk in Engeland is teruggekomen."

De tijd ging al spelende zoo gauw voor de kinderen om, dat Hubert zijn oogen niet kon gelooven, toen hij, op zijn horloge kijkende, zag dat het al over tienen was.

„Ik moet weg," zeide hij, „anders denkt Mender, dat ik blijf logeeren en doet hij de deur op nachtslot."

„Hè, blijf maar," zeide Con, „je kunt op de sofa liggen en wij zullen je met de haardkleedjes toedekken."

„Neen, hoor, ik moet bepaald weg," hield de knaap vol.

„Dan zullen wij je tot op den heuvel wegbrengen ; mogen wij, moeder?"

„Als je het graag doet, och ja, maar blijft niet te lang weg en maakt geen leven als je terugkomt. Vergeet ook niet de voordeur goed te sluiten. Ik heb wat hoofdpijn en ga naar bed."

Het was een kalme, mooie avond; de bijna volle maan scheen helder en maakte het buiten zoo licht als bij dag. Toen de hoeve achter hen lag, begonnen zij, zoo hard zij konden, over de velden te vliegen op een manier, die aantoonde, dat zij nog genoeg stoom op hadden, ondanks de vermoeiende spelen van den avond. Bij een buitengewoon hoogen sprong

Sluiten