Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXV.

Juist bij tijds.

Edgar stond een poos besluiteloos wat hij zou doen. De eenvoudige menschen in de naburige villa waren zeker naar bed en het zou nergens toe dienen hen wakker te maken en navraag naar Hubert en zijn gouverneur te doen. Het kon ook zijn, dat, Mender naar het strand was gegaan en Hubert hem tegemoet was geloopen, maar het zou te lang duren om dit te gaan onderzoeken. Edgar keek naar de zee. Behalve het voortdurend zachte ruischen der golven, nu het eb was, hoorde hij geen enkel geluid;en het kraken van de keisteenen onder zijn voeten toen hij het rif afliep, scheen de echo's rondom de kreek te wekken.

„Hubert! Hubert!" riep hij zoo hard hij kon, maar hij kreeg geen antwoord. Edgar bleef staan en tuurde rechts en links over de uitgestrektheid glinsterend zand en donkere rotsen; maar niets levends trof zijn oog, en toen hij een paar minuten tevergeefs had uitgekeken, in de hoop de twee gedaanten te

Sluiten