Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft hij mij verteld, dat zijn pa hem een bankje van vijf £ heeft gegeven. Hij kan aangevallen en beroofd zijn."

„Wat moeten wij dan doen?" vroeg Edgar zenuwachtig, „teruggaan en den kustwachter halen ?"

„Neen, zoo laf moeten wij niet zijn. Con zegt, dat zij heeft hooren schreeuwen en wij moeten er achter zien te komen wat het geweest is. Als de jongen door dieven is aangevallen, kunnen wij hen zoo doen schrikken, dat zij het op een loopen zetten. Wacht even — ik zal wat zoeken, waarmee wij ons misschien kunnen verdedigen.

Bassett sprong in de bedding van de beek en kwam weldra terug met twee groote steenen, waarvan hij er een aan zijn makker gaf.

„Pak aan," zeide hij, „en als er een je bij den kraag vat, smijt je hem dien naar zijn hoofd."

Edgar nam den steen aan, naar dacht onderwijl, dat een paar vlugge voeten een beter verdedigingsmiddel zouden zijn, als hij onverhoeds door roovers werd overvallen. De avondstilte en de donkere schaduwen van het bosch om hen heen, brachten het hunne er toe bij, om het gevoel van angst, dat zich van lieverlede van hem had meester gemaakt, sedert hij de kleine villa had verlaten, te doen toenemen. Bassett's hart klopte ook onstuimiger dan anders, maar hij liet niet blijken, welke verontrustende gedachten zijn geest vervulden.

„Waar gaan wij nu heen?" vroeg Edgar fluisterend.

„Naar de vallei; wij blijven dicht bij de beek, zoover zij stroomt en gaan dan onder de boomen in de schaduw, om te luisteren of wij soms wat hooren."

Bukkend, liepen de knapen achter elkander over het natte gras voort. Eenmaal hoorden zij het akelig gekras van een uil

Sluiten