Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om den aftocht te blazen achter hem was, sprong Bassett op, waardoor hij met de haag op gelijke hoogte kwam, keerde het volle licht van de lantaren op de naderende gestalten en deed tegelijk een aanhoudend schel gefluit hooren, dat wijd en zijd over het stille landschap weerklonk. Wat de juiste uitwerking van zijn list was, mocht hij niet gewaarworden, want op hetzelfde oogenblik zakte een aardkluit onder zijn eenen voet weg, waardoor hij kwam te vallen en naar beneden in de sloot rolde. Hij hoorde een gemompelde verwensching, een paar haastig, zacht gesproken woorden, toen eenig geschuifel en wegsnellende voetstappen. Bijna onmiddellijk hierop, als antwoord op zijn gefluit, werd er in de richting van de hoeve luid geroepen.

Bassett krabbelde overeind; zijn lantaren was uitgegaan en zijn fluitje lag ergens tusschen de struiken. Vlug sprong hij naar het hek. De twee mannen waren doodelijk verschrikt op de vlucht gegaan, waarschijnlijk in de meening, dat zij door de politie, in een valstrik gelokt waren en het eenige bewijs, dat zij daar geweest waren en het hazenpad gekozen hadden, was het bewustelooze lichaam van Hubert Prescot, midden op het pad.

Terwijl „het Juweel" zich over de onbeweeglijke gedaante heenboog, toonde een geluid van stemmen en haastige voetstappen aan, dat Con en Edgar iemand van de hoeve hadden meegekregen en met hem tot hulp kwam opdagen.

„Wie was het? Wat hebben zij gedaan? Welken kant zijn zij uit?" riep mijnheer Humphries, buiten adem aankomende.

„Een is over die heg gesprongen, maar ik weet niet, waar de andere gebleven is," antwoordde Bassett, die een gevoel had, alsof alles met hem in het rond draaide, een gevolg van de zenuwachtige overspanning der laatste minuten.

Sluiten