Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een waar gelukzoeker genoemd kon worden. Eindelijk vernam ik, dathij, naar het scheen, opden goeden weg was teruggekeerd en zich gevestigd had in het vruchtbare Florida. Hij begon weer briefwisseling met mij te houden, hetgeen ten gevolge had, dat ik hem in New-York ontmoette, toen ik daar voor zaken wezen moest. Hij scheen werkelijk in zijn| voordeel veranderden in zekeren zin verzoenden wij ons met elkander. Ik schoot hem een som gelds voor, die hij zeide noodig te hebben als bedrijfskapitaal voor zijn verdere ondernemingen en wij scheidden als vrienden, met onderling goedvinden echter, dat Alexander niet in Engeland zou terugkomen, waar men zich in enkele gedeelten zijn naam, in het betrokken schandaal, nog kon herinneren."

Mijnheer Prescot hield even op in zijn verhaal en trommelde met zijn vingertoppen op een nevenstaand tafeltje.

„Als het u verdriet doet over deze treurige zaak te spreken," zeide mevrouw Willis, „hoop ik niet, dat u het als uw plicht zult beschouwen alles tot het eind te vertellen."

„Neen, neen," klonk het antwoord, „ik vertel u liever alles, hoewel wat nu volgt, zoo hardvochtig en wreed is, dat ik huiver bij de gedachte hoe iemand, en dan nog wel mijn eigen broeder, zulk een plan heeft kunnen smeden. Ik zal zoo kort mogelijk zijn. Om te beginnen moet u dan weten, dat de verandering ten goede door hem slechts geveinsd was; hij was nog altijd dezelfde lichtzinnige, beginsellooze gelukzoeker van vroeger. Ik denk, dat hij het een en ander van mijn zwakke gezondheid vernomen had, althans, hij schreef mij geen lang leven toe. Ik heb geen. nadere bloedverwanten en, als Hubert er niet geweest was, zou hij mijn eenige erfgenaam zijn. Daarom vatte hij het drieste voornemen op, mijn zoon op te lichten en

Sluiten