Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buitenland te gaan en Hubert mee te nemen. Wanneer wij in het voorjaar terugkomen, zal hij, naar ik vertrouw, wel zooveel sterker zijn om met mij naar huis te gaan. Wij zullen Foxbank verlaten. Ik vrees," voegde hij er, na een korte pauze bij, „dat ik mij in de laatste jaren minder met den jongen heb bemoeid dan ik had moeten doen."

„Hij is een kind, dat aangemoedigd en vriendelijk bejegend moet worden," zeide mevrouw Willis. „A propos, voor u weggaat, moet ik u tot mijn spijt, nog iets minder aangenaams bekennen, of, eigenlijk geloof ik, dat het beter is, dat mijn zoon het u zelf mededeelt."

Zij stond op, ging naar het open raam en riep: „Edgar!"

De knaap, die met Con en Bassett onder een boom in den tuin lag, krabbelde overeind en mompelde iets onverstaanbaars. Hij had wel gedacht, dat hij geroepen zou worden, om bij mijnheer Prescot te komen, maar nu het zoo ver was, zonk hem het hart in de schoenen.

„Kom, hou je goed, ouwe jongen!" zeide „het Juweel."

„Vertel hem alles, verzwijg niets," voegde Con er bij, „wees een man, Edgar."

Schoorvoetend ging de knaap naar de voorkamer. Hij hoopte ten minste dat zijn moeder het woord zou doen, maar hierin werd hij teleurgesteld, toen de laatste zonder een woord te zeggen, de kamer uitging en hem alleen liet staan voor een rijzigen heer met een streng uiterlijk, die toen van zijn stoel opstond.

„Zoo, jongeheer," zeide deze op niet onvriendelijken toon, „wat heb je mij te vertellen? Toch niet iets vreeselijks, hoop ik?"

„Ik vrees van wel," antwoordde Edgar, met zijn voeten schuifelend en zijn handen, die hij op den rug hield, in- en uit

Sluiten