Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kleine schreeuwleelijk wordt met een dun stokje bewerkt — zeker niet al te hard — en tot rede gebracht. Maar nauwlijks heeft de vader zich omgekeerd en is hij op weg de kamer uit te gaan of de kleine jongen loopt hem na, en tracht het met een kusje weer goed te maken.

Een derde tafereeltje dat de pen van Hendschel verlokt zou hebben. Constantyntje, anderhalf jaar oud, en zijn broertje Maurits die een jaar ouder is, spelen samen bij het haardvuur; de zorgzame ouders hebben er een ijzeren hekwerk omheen laten zetten. Ongelukkig doen de openingen in het hekwerk bij den kleinen Constantyn de begeerte ontstaan om eens te beproeven of zijn hoofd er door zou kunnen. Hij neemt de proef en slaagt; het hoofd kan er door, ten minste in voorwaartsche richting. Maar nu hij het terug wil trekken, voelt hij zich gevangen. Blijkbaar is hij gevaarlijk dicht bij het vuur; een erbarmelijk gehuil weerklinkt, de kleine Maurits loopt zoo hard hij kan naar de kamer daarnaast waar hun vader, op dat oogenblik alleen, ziek ligt aan het podagra. Stamelend en onder tranen noemt het ventje telkens den naam van Constantyn en uit zijne angstige gebaren begrijpt de vader dat er een ongeluk gebeurd is. Hij vergeet zijn podragra, snelt te hulp en redt zijn zoontje uit het gevaar.

Sprak dat hekwerk ons reeds van moeder Suzanna, hier is zij zelf.

Constantyntje is nu in zijn derde jaar. Op een dag in December staat zijne moeder te neuriën; de kleine jongen staat bij haar te luisteren, verlangend kijkt hij naar haar gezicht en vraagt vleiend of zij hem dat ook wil leeren.

Sluiten