Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook als peter aan de vont; bij den doop van Constantyn o. a. Justinus van Nassau, admiraal van Zeeland, onechte zoon van Prins Willem.

Louise de Coligny had de genegenheid die zij koesterde voor Christiaan Huygens, overgebracht ook op zijn zoon Constantyn en liet den jongen dikwijls bij zich komen. Zelden ging er een week voorbij, dat hij niet eenige malen in dat hooge gezelschap vertoefde. Toen hij van knaap een aankomend jongeling was geworden, bleef die verhouding bestaan. Uren lang was de begaafde schrandere Constantyn soms alleen met de Prinses in hare kamer of in den tuin; dan moest hij muziek maken of zij onderhield zich met hem over allerlei onderwerpen, zooals b. v. over de godsdiensttwisten die toen juist begonnen het land in beroering te brengen. Met trots vermeldt de secretaris van den Prins in zijne autobiographie dat de Prinses eens gezegd had: dat zij nooit van hem scheidde of zij had iets geleerd.

Hier wordt een der voorname beweegkrachten van Constantyn's denken en doen voor ons oog zichtbaar. De liefde voor het Huis van Oranje, die reeds tot de traditiën van zijne familie behoorde, is in dezen omgang met de nobele gemalin van Prins Willem zoo sterk en hecht geworden dat zij hem bijgebleven is tot zijn laatsten snik. Wat Louise de Coligny voor hem gedaan had, heeft hij rijkelijk vergolden aan haar zoon Frederik Hendrik in een meer dan twintigjarigen trouwen dienst, aan haar kleinzoon Willem II en achterkleinzoon Willem III, in een onwankelbare trouw aan de belangen van het Huis van Oranje, in eene genegenheid en liefde die

Sluiten