Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heu ! quo difiugitis Tempora, Tempora ?

ons herinnert aan de ode van Horatius:

Eheu fugaces, Postume, Postume Lahuntur anni.

Maar het zegt toch iets dat hij er behagen in schept ,. zulk eene stof te verwerken. En zoo ia er ook in deze Latijnsche poëzie wel meer dat ons hier en daar een uitzicht opent op het verschiet, ons den man van later in den knaap van thans doet zien. In het klaagdicht, Louise de Coligny in den mond gelegd na den moord op haar gemaal, in de gedichten op den zeilwagen, op de plechtige verheffing van Prins Maurits tot ridder in de Orde van den Kouseband, zien wij reeds den dichter vol belangstelling in hetgeen zijn tijd te zien geeft. Verzen op zijn vader, broeder en zusters, eene beschrijving van een reisje naar Amsterdam, verjaardichten en nieuwjaarsdichten toonen ons reeds den dichter der onderonsjes. Vieze puntdichten en faecalische grappen staan er naast gebeden en bewerkingen der psalmen: voorafschaduwingen van zoo menig sneldicht, van de klucht van Trijntje Comelis ter eener, van Uibel-Stoffen tal van stichtelijke gedichten ter andere zijde.

Ook tot het schrijven van Fransche verzen wordt Constantyn door zijn vader «angespoord. Zoo o. a. bij het huwelijk van Jhr. Philips van Houthain en Louïse van der Noot. „Ik was toen nog maar een poetaster," schrijft Constantyn in zyne autobiographie, „en mijn dichterlijke ader stroomde alles behalve rijkelijk, maar het waren vrienden van mijn vader, hjj drong er op aan en zoo

Sluiten