Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon ik er niet aan ontsnappen." In die Fransehe verzen zien we hier en daar den invloed van den toentertijd ook in ons land vereerden en bewonderden Du Bartas. Zoo b. v. in nieuwigheden als deze klanknabootsing:

Se mit a reposer au murmere des eaux Flo-flotantes d'enhaut des Paphiens coupeaux.

Volgehouden ook in de Nederlandsche vertaling van dat bruiloftsgedicht:

Haer leyde neer ter rust op 's waters soet clo-clop Spruytende boven uyt een Paphisch steenrots top.'

Wij vinden nergens een bewijs dat de jonge dichter dat gebruik van het Fransch ondervindt als een knellenden band; integendeel, hij vindt het Fransch blijkbaar vrij wat voornamer en schaamt zich voor zijne nationaliteit of veinst dat tegenover degenen tot wie hij zijne Fransehe verzen richt. In een „huictain" door den toen achttienjarigen dichter gezonden aan Madame de Villebon, die vóór haar huwelijk Josina van Dorp heette, vraagt hij haar:

De ne point censurer au langage fran^ois,

S'il y a quelque vers, qui mal, ou peu se lie,

L'humble simplicité d'un esprit hollandais. 2

En in de verzen tot de reeds vroeger genoemde, ons onbekende, Anne, die twee jaar later geschreven zijn, lezen wjj:

' Gedichten I, 61, 64. Vgl. ook op p. 59 eene uitdrukking als: urattekruyt breng-ter-doot" die in den trant van Du Bartas is.

2 T. a. p. 1, 69.

Sluiten