Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZOO gaarne beweegt; daar is reeds dat familiare, dat genoeglijk huiselijke, vaak op de grens van het alledaagsche ot die grens overschrijdend, die rustig voortkabbelende verzen, die door hunne breedsprakigheid ons naar Zorgvliet zouden brengen, indien hunne levendigheid en pittigheid ons niet telkens weer op Hofwyck hielden.

Ik heb het oog op coupletten als:

Plompaert, seyde ick in mijn sinnen,

Cont ghy nu U selfs niet winnen,

Dient hier soo lang op gedocht?

Hoe ick 't keerde, hoe ick t wende,

Daer en quam niet uyt in 't ende Dan, Och die 't gelooven mocht!

LiefTelycke, zoete tyden,

Eerlijck aengenaem verblyden,

Was daer oyt wel uws gelyck ?

Als lek sagh die brieven comen,

Dacht ick, Is een Paus van Romen,

Is een Konink wel soo ryck?

In den aanvang van het gedicht zien wij al dadelyk die neiging om het gewone op ongewone wijze uit te drukken:

't Tweede jaer is om geloopen,

rweemael heht ghy overcropen .

Groote Meter van den Dach Oost en West door Zuydt en Noorden,

Sints ick Doris eerstmael hoorden ,

Sints ick Doris eerstmael sach.

Herinnert deze aanvang ons dien van het vijfjaar later gedicht Voorhout, ook elders in dit gedicht zien wij wen-

Sluiten