Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dingen die wij in het Voorhout terugvinden. 1 Hier toont zich ook reeds de liefhebberij in woordspelingen:

Hoe gelooven? zeide Doris.

Meynt ghy dat myn hert een Door is

Daer men niet dan door en gaet?

Toen Huygens dit gedicht schreef, bevond hij zich te Londen. Sinds lang had hij gewenscht andere landen en volken te mogen zien. In eenige Latijnsche verzen door hem gericht tot de jongelui van Zierikzee, terwijl hij daar bij zijn vriend De Huybert logeerde, spreekt hij van dat verlangen.2 Zoo lang heeft hij in den geest rondgezworven buiten de vaderlandsche grenzen, heeft hij verre landen en zeeën bezocht, nu wil hij eindelijk eens met eigen oogen zien wat hij slechts uit verhaal en beschrijving

' Vgl. b.v. Doris oft Herder-Clachle vs. 133 vlgg.:

Ghy die al u beste Jaren Hebt gewentelt in de baren Van 't onstadig Minnen-meer,

Ghy die Clippen, Sanden, Winden Hebbet leeren ondervinden Onder uwen blinden Heer.

Comt, noch moet ick, enz.

Met Yuurhuut vs. 41 vlgg.

Vreemdelinghen die de bochten Van 't gebultte wereldt-padt Onder allerhande lochten,

Over 't drooghe, door het natt Hebt begaen, berolt, bevaren.

Comt, laat u gedachten deysen, en*.

' Gedichten 1, 114.

Sluiten