Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar het was gebleven bij „apparences", zij had hem vergeten voor een ander en de beleedigde minnaar trekt zich terug, echter niet zonder de hoop dat de toekomst hem nog eens recht zal doen:

Ha! que soudain mon ardeur offencée S'appaisera d'un subject risée En te trouvant comme fut caressée Susanne un jour.

Onder die laatste woorden leest men -nog: „d'amour sollicitée Par deux vieillards." 1 Jorissen is van oordeel dat er „te veel hartstocht spreekt in deze bittere afscheidsgroete dan dat wij niet mogen aannemen dat zij uit het hart is geweld." Het vermoeden ligt voor de hand, meent hij, dat hier Susanna van Baerle is bedoeld die Constantyn had afgewezen, zooals zij het vroeger Maurits had gedaan. Maar onder het handschrift in Dr. Worp's uitgave afgedrukt, lezen wij „ludibundus" d. i. uit de grap, „om den deun" zooals Huygens zelf later onder een ander minnedicht zette? Hebben wij dus geene waarde te hechten aan deze verzen als bewijsstuk in de geschiedenis van Constantyn's liefde? Eer wij hier een oordeel uitspreken, zullen wij wel doen met het oog te richten op dat andere

' Mijn vriend Mr. F. van Duyse te Gent schrijft mij: Susanne un jour is een verre navolging van een Fransch lied uit den aanvang der 10de eeuw op de kuische Suzanna:

Susanne un j.jur d'amour solicitée Par deux vieillards convoitans sa beauté,

Fut en son coeur triste et desconl'ortée enz.

Sluiten