Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid, geen ernstig gevoelde hartstocht. Zou hij anders nog geen anderhalf jaar na de hem toegebrachte wonde zijn Vier en Vlavim met zulk een doorzichtige naamsverandering (Kampen werd Kapnem) in de Otia (A°. 1625) hebben laten afdrukken ?" 1

De beide zienswijzen zijn niet onvereenigbaar en tot op zekere hoogte kan ik met de beide Huygens-kenners meegaan. Met Jorissen geloof ik, dat het Constantyn wel degelijk ernst is geweest met zijn aanzoek om steun bij Tesselschade. Zoo'n gedicht van 266 verzen met zulk een pleidooi, zij het ook een eerlijk eu bescheiden pleidooi, voor zich zei ven schreef men, meen ik, ook in de 17de eeuw niet, als het louter gekheid was. Misschien heeft Constantyn eerst later, toen hij merkte uit welken hoek de wind woei, ouder zijn gedicht die woorden „om den deun" geplaatst, evenals vroeger het „ludibundus" onder de verzen op Suzanne.2

Die zienswijze verhindert mij niet met Dr. Worp aan te nemen dat wij hier slechts aan „eene voorbijgaande

1 ln \N esterbaen's Gedichten (ed. 1G57) bl. 93 leest men in het gedicht T>>e \faet op de Kusjes aen den Heere Fiscael Boey eveneens dat woord »Kapnem" als eigennaam (En met Kapnems wijn gedooft"); doch het is mij niet duidelijk geworden, wat dat woord daar moet beteekenen.

2 Overigens mag hier niet worden voorbijgezien dat in den druk van dat gedicht dien hij zelf voor de uitgave der Otia bezorgde (AO. 1625), het woord ludibundus niet wordt gevonden. En zoo staan ook onder het gedicht Vier en Vlamm in de uitgave der Otia niet de woorden »om den deun, maar een citaat uit Ovidius: »Non lecta est operi, sed data caussa meo (de aanleiding tot mijn werk heb ik niet gekozen, zij is mij gegeven) dat mij in dit verband niet duidelijk is.

Zou Tesselschade Huygens dan hebben uitgenoodigd, zulk een gedicht tot haar te richten ?

Sluiten