Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Had hij eene week van hard werk, van woelig Haagsch leven waarin hij zich moest schrap zetten tegen allerlei moeilijkheden, achter zich, dan verlangde hij naar de rust en de eenzaamheid buiten:

Heminde Saterdagh, zijt ghij noch ver van komen ?

Spoedt toch en helpt mij weer aen Hofwijcks soeter droomen.1

Maar dikwijls riepen zijne plichten en zijne wenschen hem buiten Den Haag en Hofwyck. Gedurig zien wij hem in zijne hoedanigheid van Secretaris des Prinsen op reis. Hij moet allerwegen tienden verkoopen, naar Amsterdam om in de Vroedschap te spreken, den Prins vertegenwoordigen op eene vorstelijke bruiloft te Cleef, bij de begrafenis van De Ruyter. In 1660 wordt hij naar Frankrijk gezonden om Lodewijk XIV te bewegen Oranje terug te geven aan Willem III. In de vier jaar die hij afwezig bleef, maakt hij kennis met tal van hooggeplaatste Franschen, en letterkundigen en geleerden. Tien jaar later vergezelt hij Prins Willem III op een tocht naar Engeland. Vaak ook zien wij hem op reis om familieleden of vrienden te bezoeken of zijne opwachting te maken bij hooge personages: wij vinden hem in Antwerpen bij de Duartes, een andermaal op den Lantaarnhof bij Antwerpen, het goed dat indertijd had behoord aan de familie zijner moeder; bij zijn zwager Doublet in Sint-Annaland; in Antwerpen komt de Hertogin van Lotharingen hem ten huize der Duartes bezoeken; het uitroepteeken in zijn Dagboek toont wel hoezeer hij met

1 T. a. p. VI, 79.

Sluiten