Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk leven en aan dat zijner verwanten, vrienden enkennissen.

Wie dus Huygens' poëzie bestudeert en tracht eene voorstelling te geven van haar wezen, zal er vanzelf toe komen eene voorstelling te geven van het wezen des dichters. Wij zullen dus in de eerste plaats antwoord hebben te geven op de vraag: hoe vertoont Huygens' persoonlijkheid zich in zijn werk? Doch in biographie, ook al richt zij zich — zooals zij moet doen — vooral op het innerlijk leven, mag de literatuur-geschiedenis niet opgaan. Zij stelt nog tal van andere vragen dan alleen die naar het innerlijk leven des dichters; zij wil het werk van een dichter op zichzelf beschouwd zien. Aan eene beschouwing van Huygens' gedichten uit het oogpunt van literatuur-historie en literaire critiek zal dus een volgend deel dezer studie gewijd zijn.

In Constantyn's werken zien wij telkens den man van den nieuweren tijd. De middeleeuwen liggen ver, ver achter hem; hij ziet ze te nauwernood nog. Wat hij er van ziet, stelt hij met eene enkele uitzondering blijkbaar niet hoog. De beroemde bouwmeester Jacob van Campen wordt door hem geprezen als de man

Die 't Gotsche krulligh ma! met staetigh Koomsch vermande(n) En dreef ouw' Ketterij voor ouder Waerheit heen.»

Voor een der profeten van den nieuweren tijd, Erasmus, heeft hij eene liefde en bewondering zoo warm, als men bij zijn overwegend verstaiulelijken aanleg niet zou verwacht hebben. Rijdt hij van Bazel naar

1 Gedichten VI, 247. Ook IV, 282: ->De vuyle Gotsche schell."

Sluiten