Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Noijt of gelaten of gedaen,

Uw moedighe ten strijde gaen,

Soo 's Vaderlands of eigen eere Met eeren toelaet' of begeere —

In die quartieren is het, Vrind,

Dat ick uw vollen Adel vind.1

En zeker niet tegenover het volk heeft de man gestaan, die zoo dikwijls met medelijden vervuld werd als hij de arme Scheveningers

Zee-buren, arm geslacht tot slavernij geboren

door weer en wind met hunne vrachten op het hoofd door het barre zand zag ploeteren:

in tyden en ontijden,

Sagh ick haer' drachten aen met weeck'lik medelijden,

En mij en docht de sonn soo klaer niet op den noen.

Als dat elck schuldigh was, u wat onthefs te doen. 3

Niet tegenover het volk, die, al wil hij van zijne bediendan geene gemeenzaamheid dulden, den teugel los wil laten hangen alsof hij hem niet vasthield; die zijn standpunt tegenover de dienstbare standen omschreef in deze verzen uit zijn Chnjs-Werck:

Wat heeftse toch bedreven

Die minder menschlickheit, daer om sy slavigh leven En mij bedienen moet? en waerom ick niet haer?

Heeft haer voorouderen van over menigh jaer Gemeen' of eigen ramp soo heftigh overloopen Dat het kindskinderen als met den hals bekoopen

• (ied. VII, 139: VIII, 251. 2 Ged. VII, 122.

Sluiten