Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weldoen; maar wat al verdriet in het dragen van ondankbaarheid, van onverdienden haat, van nijd en spijt! Rust heeft hij niet gekend en als hij 's avonds in den slaap zich zeiven hoopte te kunnen ontvluchten, dan wordt zijn geest vermoeid door droomen. Is het wonder dat hij wenscht:

Een saiigh eind te sien, en eens uijt ware pijn.

En eens uijt valsche vreughd, eens uijt den droom te zijn ? I

Op zijn verjaardag in het volgende jaar is de wensch eene rechtstreeksche bede geworden:

Mij, Heere, laet vrij gaen:

Mijn roil' is afgespeelt, en all wat kan gebeuren Van lacchen en van treuren,

Is mij te beurt geweest 2

Meer dan twintig jaren moesten nog verloopen eer die bede werd vervuld; zijn zij hem soms lang gevallen, hij wachtte, sterk in het vertrouwen dat spreekt uit dit vers, geschreven op zijn 80sten verjaardag:

Weest wel gemoedt, mijn' Ziel, de Heere God zal komen.

1 Ged. VII, 37-38.

2 T. a. p. bladz. 90.

Sluiten