Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat hij in eene Biddag ha-bede van het jaar 1624 God smeekt:

Kapp steenen uyt die Rots die op den Hoecksteen sluyten, Sny Christnen uyt die kluyten

is nog maar eene kleinigheid bij wat hij elders schrijft in zijn Ootjhen-Trooat:

Viiendinne, weest getroost: God kan sich selfs verwinnen , Hy heeft noch slijcks genoegh en speecksels in den mond Om ons te leeren sien wat sieck scheelt en gesondt. 2

Na zulke voorbeelden kan men bezwaarlijk verwachten, dat b. v. Huygens' gevoel voor de natuur bijzonder ontwikkeld zou zijn. Wie het journaal door hem gehouden op de reis naar Venetië opslaat, om te zien welken indruk de doorreisde landen op den jongen man gemaakt hebben, zal bedrogen uitkomen. Het dagboek is uiterst zaakrijk: alle steden en dorpjes, alle merkwaardigheden die zij gezien, alle mensehen die zij ontmoet hebben, worden kort vermeld; indrukken van dit of dat zijn uiterst schaarsch. Blikbaar was dit journaal bestemd alleen om het geheugen van den schrijver later te hulp te komen. Slechts bij uitzondering vinden wij eene uiting als deze: „II y avoit grand plaisir a regarder cette belle eauë du lac, qui est du plus gay verd de nier, qui se puisse imaginer et claire comiue le cristal, dont le fonds se descouvre i grande profondeur."

Waar wij nog eens eene dergelijke uiting aantreffen,

1 Deze en dergelijke voorbeelden: II, 81, 92, 118 (vs. 20—:I2): III, 180.

vs. 11; IV, 90 (vs. 194—196); V, 280 (Luyt); 281 (Keers).

Sluiten