Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar blijkt deze Nederlander wel niet geheel onverschillig voor het natuurschoon, doch sterker indruk maakt de vruchtbaarheid van den bodem: „La Val tellina est un pais parfaictement beau, fertile et riche, notamment en vins, qui s' ameinent jusqu'au deli des monts en pais fort loingtains; elle a d'estendue plus de 2 journées, cultivée par tout et bien habitée; depuis le lac a Morbegno nous ne vismes que bledz, vignes, figuiers, oliviers et chastaigniers a foison." 1

Zulk eene waardeering doet denken aan de antwoorden van onze hedendaagsche boeren, als men hun vraagt ot het ergens mooi is. En zoo vinden wij eveneens slechts boersche grappen waar wij, op een titel afgaand, een oogenblik vermoedden, dat wij een eenigszins ontwikkeld gevoel voor de natuur zouden aantreffen. Titels van Latijnsche puntdichten als Morgenrood, Avondrood, Flikkerende Sterren, Sneeuw, doen door hunne zeldzaamheid een 19de eeuwsch onderzoeker iets hopen, maar Huygens zal hem teleurstellen. Als de hemel 's morgens zoo rood ziet, zal het 's avonds wel hard regenen; zoo zal ook iemand

die 's morgens rood ziet van het drinken, 's avonds

Waarom flikkeren de sterren zoo? Van angst dat er hevige koude zal komen. In Dayhwerck spreekt Huygens van de slaapmuts en het nachtgoed der zon en tot tweemaal vergast hij zijne lezers op de woordspeling van nature en iiatt'ure.5

Dat het natuurgevoel der nieuwere tijden zich eerst na

1 Vgl. Bijdr. en Meded. v. h. Hiator. Gen. te Utrecht, XV, 05, 103.

s Ged. III. 16. 17, 18, 67: V. 273.

Sluiten