Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Renaissance heeft ontwikkeld, zien wij ook in Huygens' werken. Geen hooger lof weet hij voor zijn geliefd Voorhout te bedenken dan het te vergelijken bij het in de oudheid beroemde dal Tempe in Thessalië: Batava Tempe heet zijn lofdicht, de Hollandsche naam staat op de tweede plaats. Meer dan eens kunnen wij zien, hoe zeer zijn gevoel voor de natuur zich ontwikkeld heeft onder den dwingenden invloed van het Kalvinisme. Slechts zelden is dat natuurgevoel zuiver, gewoonlijk zien wij het gemengd óf met utiliteits-óf met zedelijkheidsbegrippen. Van de nuttige linden in het Voorhout en den vruchtbaren grond spraken wij reeds. De jonge blaadjes, de „nieuwe spruitjes van de aarde" geven hem stof tot allerlei zedekundige overpeinzingen; als hij in den herfst de dorre bladen van de lindetakkeu ziet dwarrelen, roept hij waarschuwend :

Meyskens, leert den hooclimoet breken,

Alle schoon-in-'t oogh venvaeyt.

Maar hoe ook in zijne ontwikkeling belemmerd door nationale eigenschappen, en gewijzigd, bedwongen of ondergehouden door het Kalvinisme — toch vertoont zich in Huygens' werk hier en daar zuiver natuurgevoel en een open oog voor wat anderen vóór hem onopgemerkt waren voorbijgegaan. Wij moeten hem dankbaar zijn voor eene opwekking tot zijn landgenooten als deze:

™Comt en helpt mij opwaerts kijcken Langs der Linde-toppen goudt,

want daarnaar keken zij maar al te zelden; gekauwde lindebladen op een rauwe wond en linde-thee tegen de vallende

Sluiten