Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

natuur passeert doch alle konst" durf'ik niet uitmaken, wel, dat wij van zijn gevoel voor kunst dezelfde gemengde indrukken krijgen als van zijn natuurgevoel. Zeker, aan gevoel voor kunst kan het den man niet hebben ontbroken, die als knaap zoo van nabij met verscheidene kunsten had kennis gemaakt, die zooveel van muziek hield en zelf zooveel heeft gecomponeerd, die in Venetië met zooveel belangstelling zich verdiepte in de beschouwing van al wat daar aan oude en nieuwe kunst te zien was, zooals wij dat o. a. in de Sermones kunnen zien en zooals ook blijkt uit de inkoopen die hij er deed.1 Geen Nederlandsch auteur van dien tijd heeft, voorzoover ik weet, zulk een juist oordeel over schilders en schilderkunst gehad, geen als hij zulk een belangstelling getoond in de werken van schilders, geen toont zulk een critischen blik in het onderscheiden van den bijzonderen aanleg, den eigenaardigen trant, de kracht en de zwakheid der onderscheiden kunstenaars. In tegenstelling met Vondel b. v. die zich doorgaans vooral onder den indruk van het voorgestelde zelf toont, heeft Huygens oog voor en verstand van de kunst en de techniek. Hij is verrukt door Rubens, door den rijkdom van zijne verbeelding, door zijn durf en de schoonheid zijner lijnen, de verscheidenheid die hij paart aan zijne volmaaktheid. Hij heeft nagegedacht over het karakter dat uit een portret kan blijken, trekt te velde tegen wat wij nu misschien naturalisme zouden noemen, hij plaatst Rembrandt en Jan Lieven* in hunne eigenaardigheden tegenover elkander; hjj heeft

1 Ged. VIII. 200—201, vs. 740 seqqM ys. 770 seqq.

Sluiten