Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Groet geeme, kinderen; indien ghy 't niet en doet,

Licht maektg' een vijand om 't niet lichten van een Hoef 1

Beiden waren van onverdachte rechtzinnigheid en tevens scherpe financiers, eigenaars van polders en landerijen in ons land en in Engeland. Vroeg weduwnaar geworden en matig doch goed levend tot in hoogen ouderdom, hebben zij hun leven geëindigd op een door hen zeiven aangelegd buitengoed.

In beiden zien wij overwicht van het verstand op het gevoel; beider hart gaat uit naar het nuttige, het praktische, het rationeele, de rechte lijn die ook in de lanen en perken van Hofwyck en Zorgvliet gehuldigd werd. Dat overwicht van het verstandelijke is waarneembaar eveneens in hun, slechts eenigermate door de Stoa gewijzigd, Kalvinisme. Doet Cats' opwekking tot weldadigheid ons aan eene rekening-courant denken, waar hij schrijft:

Want in den Hemel selfs wordt hiervan boeck gehouwen. Huygens zegt in een puntdicht Saligh Woeckeren:

Daer is een woeckeringh daer God gevall in heeft:

Geluckigh die syn Geld aen hem op rente geeft.

Zijt ghij bekommert hoe 't ten Hemel in sal ïaecken ?

Geeft het den Armen maer; sy sullen 't over maeckcn. 2

De strengheid hunner orthodoxie is eenigszins verzacht door piëtistische neigingen ; bij Cats in hooger mate dan bij Huygens die, zijn spijt niet kan verkroppen als hij zijne

! Ged. VI, 28. Nog eens in VII, 205 Milde Groet.

* Ged. VII, 183.

Sluiten